Pleidooi voor hogere lonen is onverstandig
19 februari 2026

Het is voorbarig om te stellen dat er vanaf volgend jaar opnieuw ruimte komt voor reële loonstijgingen. Een tussentijds rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) onderzocht de evolutie van de Belgische loonhandicap ten opzichte van het buitenland, maar kan niet dienen om grote conclusies te trekken. Volgens Voka West-Vlaanderen zou het onverstandig zijn om de loonkosten verder te laten toenemen. De concurrentiepositie van onze bedrijven staat onder grote druk. Voorzichtigheid moet de leidraad zijn bij de volgende loononderhandelingen.
“Op dit moment hogere lonen bepleiten is onverstandig. Ook ideeën zoals een nieuwe koopkrachtpremie zijn niet aan de orde. De concurrentiepositie van onze exportgeoriënteerde bedrijven staat momenteel onder grote druk. Wat we niet moeten doen is onze loonhandicap opnieuw laten toenemen. Naast de historische loonkostenhandicap gaan ondernemingen gebukt onder sterk gestegen energiekosten. Voorzichtigheid moet de leidraad zijn in de komende loononderhandelingen”, zegt Bert Mons, gedelegeerd bestuurder van Voka West-Vlaanderen.
Nu een sterk pleidooi houden voor hogere reële lonen is onverstandig en houdt geen rekening met de uiterst precaire economische situatie in onze bedrijven. De CRB wijst erop dat de netto-rentabiliteit van de Belgische bedrijven na belastingen (7,3%) lager is dan in 1996 (8,2%). Daarbij is de situatie in de industrie ronduit slecht. In Duitsland, onze belangrijkste handelspartner, gingen vorig jaar 124.000 jobs verloren in de industrie. En ook bij ons is de trend negatief en volgen bedrijfssluitingen en reorganisaties elkaar op.
Tussentijds verslag CRB
De CRB speelt een belangrijke rol in het loonoverleg in België. Het loonoverleg wordt opgestart op interprofessioneel niveau in de Groep van Tien en mondt uit in een interprofessioneel akkoord (IPA). Startschot voor het interprofessioneel loonoverleg is het zogenaamde technisch verslag van de CRB. De CRB bracht deze week een tussentijds verslag uit. Het verslag in kwestie geeft halverwege tussen twee periodes van IPA-loononderhandelingen een raming van de evolutie van de Belgische loonhandicap ten opzichte van onze belangrijkste buurlanden, in vergelijking met het referentiejaar 1996.
Voorbarige conclusies
De nieuwe ramingen wijzen op een licht negatieve loonhandicap in 2026 (-1%) ten opzichte van 1996. Nu al definitieve conclusies trekken voor het loonoverleg 2027-2028 is voorbarig. De cijfers zijn nog niet definitief. Het gaat om ramingen die steunen op voorlopige gegevens en projecties die in de komende twaalf maanden nog moeten worden bevestigd.
Het tussentijds verslag duidt wel op een positieve evolutie van onze loonkostenhandicap sinds 1996, het jaar waarin de loonnorm werd ingevoerd. Op zich is dat goed nieuws voor de werkgevers. De vakbonden grijpen dit verslag meteen aan om opnieuw echte loonmarge te bepleiten bovenop de index voor de periode 2027-2028. De laatst vier jaar was er geen officiële marge voor hogere lonen. Wel vonden er allerlei kunstgrepen plaats buiten de loonnorm, zoals de koopkrachtpremie en dit jaar een mogelijke verhoging van de maaltijdcheques.
Historische handicap
In het geval de handicap negatief blijkt te zijn op basis van de definitieve berekeningen van de CRB, moet overeenkomstig de wet van 1996 de helft van de mogelijke marge worden gespendeerd aan het dempen van de historische loonkosthandicap van voor 1996. Die bedroeg in 2024 nog altijd 10%. Die handicap weegt op de competitiviteit van onze bedrijven, verzwakt het vermogen om investeringen aan te trekken, de werkgelegenheid te vrijwaren en een solide industriële basis te behouden.
De CRB zal bij het vaststellen van de marge ook rekening moeten houden met de consequenties van de centenindex die op 1 juni van dit jaar in werking zou treden. Die centenindex zal niet, of althans niet volledig, worden geneutraliseerd voor de berekening van de loonmarge.
Echt vrije loononderhandelingen
Voka West-Vlaanderen is geen voorstander van het huidige model van loononderhandelingen, strak geregeld door de wetgever. Onze economie zou beter af zijn met vrije loononderhandelingen, maar dan wel echt vrije onderhandelingen. Dat betekent zonder loonnorm en zonder automatische indexering, zoals het trouwens in zowat de hele wereld vandaag al het geval is. Dan kunnen werknemers en werkgevers in onderling overleg afspraken maken die afgestemd zijn op de specifieke bedrijfsomstandigheden en de economische situatie.